ECLI:NL:RBARN:2003:AF5917
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onjuiste toepassing wet- en regelgeving
Eiser viel op 22 november 1999 uit wegens lage rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Verweerder (UWV) weigerde aanvankelijk de uitkering toe te kennen omdat eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en beroep werd op 2 augustus 2002 alsnog een uitkering toegekend, maar met een lagere theoretische mate van arbeidsongeschiktheid dan eiser betwist.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaarbesluit van 2 mei 2001 niet heeft gehandhaafd en verklaarde het beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 2 augustus 2002 werd gegrond verklaard omdat verweerder artikel 43a en 43c van de WAO niet correct had toegepast. De rechtbank stelde dat de medische motivering onvoldoende was en dat de theoretische mate van arbeidsongeschiktheid onjuist was vastgesteld.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht. De rechtbank bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak, waaronder een correcte toepassing van de WAO en een juiste vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het beroep tegen het bezwaarbesluit is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het nieuwe besluit gegrond en het besluit vernietigd met opdracht tot nieuw besluit.