ECLI:NL:RBARN:2003:AF7671
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.P.J.A.M. van der Pol
- G. Noordraven
- W.A. Holland
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onttrekken van meer grondwater dan vergunning toestond bij tunnelbouw in Zevenaar
Verdachte heeft in de periode van 1 november 2000 tot en met 4 september 2001 in de gemeente Zevenaar meer dan de toegestane hoeveelheid grondwater onttrokken ten behoeve van de bouw van een tunnel, terwijl daarvoor geen geldige vergunning was verleend. De rechtbank oordeelde dat verdachte, als vergunninghouder, medepleger was en verantwoordelijk was voor de overtreding van de vergunningvoorschriften.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de vergunning later was verruimd en er geen redelijk belang bestond bij vervolging. Dit verweer werd verworpen. De rechtbank stelde dat de beoordeling moest plaatsvinden naar de situatie tijdens de overtredingsperiode en dat de latere vergunningwijziging geen terugwerkende kracht had.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de overtreding heeft begaan en veroordeelde haar tot een geldboete van €25.000, waarvan €20.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De strafrechtelijke aansprakelijkheid van verdachte werd bevestigd, zonder strafuitsluitingsgronden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €25.000, waarvan €20.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens het onttrekken van meer grondwater dan toegestaan.