ECLI:NL:RBARN:2003:AF8998
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing WAO-uitkering wegens onjuiste grondslag arbeidsongeschiktheid
Eiser, een produktiemedewerker, viel op 25 augustus 2000 uit wegens arbeidsongeschiktheid en verzocht op 13 juni 2001 om een WAO-uitkering. Verweerder, het UWV, wees de aanvraag op 3 juli 2001 af omdat eiser volgens hen niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat uit de stukken, waaronder een brief van de werkgever, blijkt dat eiser vanaf 25 augustus 2000 gedurende 52 weken het loon heeft doorbetaald gekregen terwijl hij niet werkte wegens arbeidsongeschiktheid. Volgens jurisprudentie moet dit worden beschouwd als onafgebroken arbeidsongeschiktheid. Het besluit van verweerder berustte daarom op een onjuiste grondslag en werd vernietigd.
Verder werd overwogen dat verweerder de kosten van het opvragen van medische gegevens in de bezwaarfase niet hoeft te vergoeden omdat de relevante jurisprudentie pas na het primaire besluit ontstond. De kosten in de beroepsfase worden echter wel toegewezen. De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van het griffierecht en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.