ECLI:NL:RBARN:2003:AI0736
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.L. Drabbe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs onjuiste hypotheekvoorlichting
X en Y, echtelieden, stelden dat makelaarskantoor B en adviseur Q hen onvolledig hadden voorgelicht bij het oversluiten van hun hypotheek, waardoor hun hypotheekbeschermingsverzekering werd beëindigd en zij schade leden. Zij vorderden schadevergoeding.
De rechtbank onderzocht of X c.s. aan Q hadden gemeld dat de heer X arbeidsongeschikt was en dat zij een hypotheekbeschermingsverzekering hadden. Diverse getuigenverklaringen waren tegenstrijdig. Q ontkende op de hoogte te zijn geweest van de verzekering en arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd dat Q hierover was geïnformeerd. Ook was er geen reden voor Q om hiernaar te informeren. Hierdoor kon geen tekortkoming van B worden vastgesteld.
De vordering werd afgewezen en X c.s. werden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat verklaringen van X c.s. en hun dochter ruimte voor twijfel lieten en werden weersproken door Q. Het bewijs van W en B was onvoldoende relevant.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Drabbe op 16 juli 2003.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van onjuiste voorlichting door de makelaar.