ECLI:NL:RBARN:2003:AI0822
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs brandstichting door achterlaten brandende sigarettenpeuk
Op 7 februari 2003 ontstond brand in een perceel te Arnhem door het aansteken van een stoel met een aansteker en/of het achterlaten van brandende of smeulende sigarettenpeuken. Verdachte werd beschuldigd van opzettelijke brandstichting en brand door schuld, al dan niet samen met anderen.
Tijdens de zitting op 16 juli 2003 verscheen verdachte, bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €25.020,38. De officier van justitie stelde dat de civiele vordering niet geschikt was voor behandeling in het strafproces en verzocht tot niet-ontvankelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk brand had gesticht of dat sprake was van medeplegen met de medeverdachte die de stoel aanstak. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van alle tenlasteleggingen. De vordering na voorwaardelijke veroordeling werd afgewezen en de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
De uitspraak werd gedaan op 29 juli 2003 door de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van brandstichting en brand door schuld wegens onvoldoende bewijs.