ECLI:NL:RBARN:2003:AI0945
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit toekenning WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van Rabobank A tegen het besluit van het UWV om aan een werkneemster een WAO-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35% per 4 november 2001.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapportage van de verzekeringsarts onvoldoende objectieve aanwijzingen bevatte voor de vastgestelde arbeidsongeschiktheid. De enige vermelding van klachten, zoals duizeligheid bij bukken, werd niet als voldoende geobjectiveerd beschouwd. De rechtbank stelde vast dat de toekenning van de WAO-uitkering op een ontoereikende medische grondslag berustte.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat het UWV bij een nieuw besluit ook de mogelijke toepassing van artikel 18, tweede lid, van de WAO moet betrekken, omdat er discussie was over de continuïteit van de arbeidsovereenkomst van de werkneemster.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten en bepaalde dat het UWV het door Rabobank A betaalde griffierecht moest vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter F.H. de Vries op 6 augustus 2003.
Uitkomst: Het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.