ECLI:NL:RBARN:2003:AQ2565
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J.T. Blom
- Rechtspraak.nl
Kort geding over verblijfplaats van minderjarige kinderen na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie van april 1983 tot mei 2003 waaruit drie kinderen zijn geboren. Na beëindiging van de relatie ontstond een geschil over de verblijfplaats van de kinderen, waarbij de moeder vorderde dat de twee jongste kinderen aan haar worden teruggegeven. De vader hield de kinderen na een omgangsregeling bij zich en startte een verzoekschriftprocedure tot vaststelling van de verblijfplaats.
De voorzieningenrechter constateerde dat mediation niet tot overeenstemming had geleid en dat de communicatie tussen partijen slecht was, waardoor de kinderen onterecht de last kregen te kiezen tussen ouders. De rechter oordeelde dat geen van beide ouders op voorhand ongeschikt was, maar dat het belang van de kinderen rust en duidelijkheid vereist.
Daarom werd de vordering van de moeder toegewezen om de kinderen terug te geven per 22 december 2003, met een dwangsom van €250 per dag tot maximaal €2.500 bij niet-naleving en met machtiging tot inzet van politie en justitie. De reconventionele vordering van de vader werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de vader om de twee jongste kinderen per 22 december 2003 aan de moeder terug te geven met dwangsom en machtiging tot inzet van politie.