ECLI:NL:RBARN:2004:AO3885
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.F. Cools-Weebers
- Rechtspraak.nl
Beschikking inzake teruggeleiding van kinderen na internationale kinderontvoering
De zaak betreft een verzoek van de Centrale Autoriteit en de moeder tot teruggeleiding van drie minderjarige kinderen die zonder toestemming van de moeder door de vader van Engeland naar Nederland zijn overgebracht.
De ouders hebben gezamenlijk gezag over de kinderen, die hun gewone verblijfplaats in Engeland hadden. De moeder wilde scheiden en verhuizen, maar de vader weigerde toestemming voor vertrek van de kinderen. De vader nam ontslag en verhuisde met de kinderen naar Nederland, waar zij school gingen.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van ongeoorloofde overbrenging in de zin van het Haags Kinderontvoeringsverdrag. De vader kon niet aannemelijk maken dat overleg met de moeder onmogelijk was of dat er een weigeringsgrond bestond. De rechtbank gelast de teruggeleiding naar Engeland vóór 1 maart 2004 en veroordeelt de vader in de kosten van de terugreis.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de verblijfsituatie van de kinderen spoedig te herstellen. De vader kan tegen deze beschikking binnen drie maanden hoger beroep instellen.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggeleiding van de kinderen naar Engeland en veroordeelt de vader in de reiskosten.