ECLI:NL:RBARN:2004:AO5024
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen grondslag voor dorpsverbod en verhuisverplichting na doodslag en immateriële schadevordering
X vordert van Y vergoeding van uitvaartkosten, huishoudelijke hulp, verlies aan arbeidsvermogen en immateriële schade vanwege de doodslag op X's echtgenote Z door Y. Tevens vraagt X een verhuisplicht en dorpsverbod voor Y.
Y werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor doodslag op Z. Na zijn detentie vordert X een voorlopige voorziening om Y te dwingen A te verlaten en zich niet in het dorp te vertonen. De rechtbank stelt dat X geen recht heeft op immateriële schadevergoeding voor verdriet en psychische klachten, omdat hij niet direct bij de doodslag aanwezig was.
De rechtbank oordeelt dat Y niet onrechtmatig heeft gehandeld door niet te verhuizen of door de vermeende onjuiste bewering over een geheime relatie met Z. De belangenafweging weegt zwaarder in het voordeel van Y, die recht heeft op terugkeer en rehabilitatie in zijn woonplaats. De gevorderde voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verhuisplicht en dorpsverbod af en veroordeelt X in de proceskosten.