ECLI:NL:RBARN:2004:AO9399
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwalificatie overeenkomst als huurkoopovereenkomst en comparitie ter minnelijke schikking
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil tussen Dexia Bank Nederland N.V. en een particuliere cliënt over de kwalificatie van een overeenkomst betreffende het product WinstVerDriedubbelaar. Dexia vorderde betaling van een eindafrekening, terwijl de cliënt dit weigerde. De cliënt stelde dat het contract een huurkoopovereenkomst betrof, waardoor de zaak naar de sector kanton zou moeten worden verwezen.
De rechtbank overwoog dat volgens artikel 7A:1576 lid 1 BW een koop op afbetaling vereist dat de koopprijs in termijnen wordt betaald nadat de zaak is geleverd, met eigendomsoverdracht als doel. In deze zaak was het uitgangspunt dat de aandelen niet aan de cliënt werden geleverd, maar aan het einde van de looptijd aan een derde werden verkocht, waarna Dexia met de cliënt afrekende. Dit maakte dat de overeenkomst niet als huurkoop kon worden gekwalificeerd.
De rechtbank wees het incident tot onbevoegdverklaring af en veroordeelde de cliënt in de kosten van het incident. Vervolgens bepaalde de rechtbank dat een comparitie van partijen zou plaatsvinden om inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of partijen tot overeenstemming kunnen komen, eventueel met mediation. Hoger beroep tegen dit vonnis is alleen mogelijk samen met het eindvonnis. De verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst geen huurkoopovereenkomst is en beveelt een comparitie om geschilpunten te bespreken.