ECLI:NL:RBARN:2004:AO9923
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over urenverlies en toekenning WW-uitkering
Eiser stelde dat hij vanaf 15 januari 2001 voor 40 uur per week als bedrijfsleider bij werkgever werkzaam was en overlegde een schriftelijke arbeidsovereenkomst. Verweerder, het UWV, betwistte het bestaan van deze overeenkomst en stelde dat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van relevant urenverlies zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de WW.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn stelling dat de arbeidsovereenkomst vervalst zou zijn en dat het vonnis van de kantonrechter van 3 oktober 2003 het geschil over het dienstverband en de omvang daarvan had beslecht in het voordeel van eiser. Verweerder had ten onrechte aangenomen dat het urenverlies niet kon worden vastgesteld.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor het bestaan en de omvang van het dienstverband bij de beoordeling van WW-uitkeringen en bevestigt dat eerdere civiele uitspraken bindend kunnen zijn voor bestuursrechtelijke beslissingen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuwe beslissing nemen.