ECLI:NL:RBARN:2004:AP0131
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H.M. Delnooz-Engels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing WAO-uitkering na onjuiste wachttijdbeoordeling
Eiseres, een verpleegkundige die sinds 11 januari 2001 arbeidsongeschikt is, diende twee aanvragen in voor een WAO-uitkering: een aanvraag op grond van artikel 43a van de WAO na een wachttijd van 4 weken en een aanvraag op grond van artikel 19 van Pro de WAO na een wachttijd van 52 weken. Het UWV wees de aanvraag van 21 mei 2001 af en handhaafde bij besluit van 18 december 2003 de afwijzing van de aanvraag van oktober 2001.
Het UWV stelde dat een beoordeling na 4 weken wachttijd uitsluit dat er een beoordeling plaatsvindt na 52 weken wachttijd. De rechtbank oordeelde dat dit onjuist is omdat artikel 19 en Pro 43a van de WAO elk een eigen normering en toetsingskader kennen. De beoordeling van de wachttijd voor artikel 19 dient Pro uitsluitend aan de hand van de daarin genoemde criteria te gebeuren, waarbij een eerdere beoordeling op grond van artikel 43a niet uitsluit dat een beoordeling na 52 weken plaatsvindt.
Omdat het UWV geen inhoudelijke beoordeling had verricht van de aanvraag op grond van artikel 19, concludeerde de rechtbank dat het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was genomen en vernietigde het besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.