ECLI:NL:RBARN:2004:AP0138
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verzekeringsplicht werknemer wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het UWV om een werknemer als verzekeringsplichtig aan te merken vanaf 12 december 2002. Eiseres, werkgever Roba Montage B.V., betwistte dit besluit en voerde aan dat onder meer de uitreiking van een VAR-verklaring aan de werknemer een nieuw feit was dat herziening rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat de uitreiking van de VAR-verklaring geen nieuw feit is in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, omdat dit geen invloed heeft op de verzekeringsplicht op grond van artikel 3 van Pro de sociale verzekeringswetten. Ook andere aangevoerde stellingen waren reeds aan de orde in eerdere procedures en konden niet als nieuwe feiten worden aangemerkt.
Wel oordeelde de rechtbank dat het UWV het verzoek van eiseres om met de Belastingdienst een eensluidend standpunt in te nemen over de verzekeringsplicht had moeten behandelen. Het UWV had dit verzoek ten onrechte niet als zodanig opgevat, waardoor het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de periode vanaf 12 december 2002 betreft, en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit over de verzekeringsplicht van werknemer vanaf 12 december 2002 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.