ECLI:NL:RBARN:2004:AP1142
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering toekenning WAO-uitkering wegens ontbreken toename medische beperkingen
De zaak betreft het beroep van een werkgever en een werknemer tegen besluiten van het UWV waarin de toekenning van een WAO-uitkering aan de werknemer werd geweigerd. De werknemer was wegens RSI-klachten arbeidsongeschikt verklaard en had aanvankelijk een WAO-uitkering ontvangen, die per 1 augustus 2001 werd ingetrokken omdat zij haar werk volledig kon hervatten. Na een gedeeltelijke hermelding van arbeidsongeschiktheid in maart 2002, weigerde het UWV opnieuw een WAO-uitkering toe te kennen omdat geen toename van medische beperkingen was vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om toepassing van de Wet Amber niet kan worden gezien als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit tot intrekking van de WAO-uitkering. De medische rapportages, waaronder die van de bezwaarverzekeringsarts, tonen aan dat er geen toename van medische beperkingen was ten opzichte van de situatie op 1 augustus 2001. De stelling van de gemachtigde van de werknemer dat er een toename van klachten was, werd verworpen omdat klachten niet automatisch leiden tot toename van medische beperkingen.
De rechtbank acht het beroep van de werkgever ontvankelijk ondanks het late bezwaar, omdat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar was. De betrokken verzekeringsartsen zijn niet onbevooroordeeld bevonden. Gezien het ontbreken van een toename van medische beperkingen, was een arbeidskundige beoordeling niet aan de orde en was het besluit van het UWV om geen WAO-uitkering toe te kennen terecht. De beroepen worden ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De beroepen van werkgever en werknemer tegen de weigering van een WAO-uitkering worden ongegrond verklaard.