ECLI:NL:RBARN:2004:AP1146
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en toepassing eerdere rechterlijke uitspraak
Eiser betwistte de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35% met ingang van 12 februari 2004. De rechtbank overwoog dat het bestreden besluit een heroverweging is van het primaire besluit van 22 november 2000, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid per 23 januari 2001 centraal staat.
De rechtbank stelde vast dat in een eerdere procedure (uitspraak 17 september 2003) uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een oordeel was gegeven over het medische aspect van de arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een rapport van psychiater De Mooij. Dit oordeel is onherroepelijk omdat geen hoger beroep is ingesteld. Hierdoor kon eiser dit aspect niet opnieuw aan de orde stellen.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de nieuwe functies die aan eiser waren voorgehouden passend waren binnen zijn beperkingen en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om dit te betwisten. De rechtbank achtte het beroep van eiser daarom ongegrond en bevestigde de herziening van de WAO-uitkering met ingang van 12 februari 2004.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.