ECLI:NL:RBARN:2004:AP1237
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. van Driel van Wageningen
- G. Noordraven
- M.A.M. Vaessen
- Rechtspraak.nl
Betaling voor verwerking verontreinigd bluswater na brand op terrein Groen Recycling
Op 5 en 15 september 1999 vonden branden plaats op het terrein van Groen Recycling waarbij bermmaaisel verbrandde. Tijdens de branden werd bluswater gebruikt dat mogelijk verontreinigd was en in een watergang (watergang B) werd opgevangen. Groen Recycling leverde vanaf 6 september 1999 dit verontreinigde bluswater aan Rivierenland ter verwerking.
Rivierenland vorderde betaling van de kosten voor de verwerking van het water, maar Groen Recycling betwistte het bestaan van een overeenkomst en stelde dat het water al voorafgaand aan de brand verontreinigd was. De rechtbank oordeelde dat op basis van het ondertekende formulier, de feitelijke afleveringen en de gemaakte afspraken een overeenkomst tot stand was gekomen.
Verder werd geoordeeld dat Rivierenland gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de vertegenwoordiging van Groen Recycling door haar medewerker. De stellingen over bestuursdwang, dwaling of misbruik van omstandigheden werden gepasseerd omdat geen vernietiging van de overeenkomst was gevorderd.
De rechtbank stelde dat Rivierenland het bewijs moet leveren van de hoeveelheid aangeleverd water en het aantal vervuilingseenheden. Het geschil over de hoeveelheid en vervuiling wordt nader onderzocht met getuigenverhoren. Hoger beroep is alleen mogelijk samen met het eindvonnis.
Uitkomst: Rechtbank draagt Rivierenland op bewijs te leveren over hoeveelheid en vervuiling van aangeleverd bluswater; verdere beslissing aangehouden.