ECLI:NL:RBARN:2004:AP2231
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- H.W. Collewijn
- Rechtspraak.nl
Huur woonwagen en standplaats: rechtsgeldige opzegging en geen eigenrichting
X sloot met de gemeente A twee afzonderlijke huurovereenkomsten: één voor een standplaats met berging en tuin en één voor een woonwagen. X zegde de huurovereenkomst voor de woonwagen rechtsgeldig op met inachtneming van de opzegtermijn en verzocht de gemeente de woonwagen op te halen. De gemeente weigerde dit en stelde dat de opzegging geen effect had omdat de woonwagen en standplaats onlosmakelijk verbonden zouden zijn.
X en/of Y en/of mede woonwagenbewoners verwijderden daarop de woonwagen zelf van de standplaats. De gemeente vorderde in kort geding dat de woonwagen teruggeplaatst zou worden en dat de gemeente gemachtigd werd tot verwijdering van een aanwezige tourcaravan. De voorzieningenrechter oordeelde dat hij bevoegd was de zaak te behandelen en dat de gemeente ontvankelijk was in haar vordering jegens Y.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging van de huurovereenkomst voor de woonwagen rechtsgeldig was en dat de gemeente ten onrechte weigerde de woonwagen op te halen. Het eigenhandig verwijderen van de woonwagen door X en Y kon niet als eigenrichting worden aangemerkt gezien de houding van de gemeente. De bewering dat de woonwagen en standplaats onlosmakelijk verbonden zijn kon niet worden bevestigd op basis van de Haviltex-maatstaf. De vordering van de gemeente werd daarom afgewezen en de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de gemeente af en oordeelt dat de opzegging van de huurovereenkomst rechtsgeldig was zonder sprake van eigenrichting.