ECLI:NL:RBARN:2004:AP4220
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overeenkomst tussen Dexia Bank en cliënt niet te kwalificeren als huurkoopovereenkomst
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil tussen Dexia Bank Nederland N.V. en X over de kwalificatie van een overeenkomst betreffende het product WinstVerDriedubbelaar. Dexia vorderde betaling van een bedrag van ruim €12.000 wegens een eindafrekening na afloop van de overeenkomst. X voerde verweer en stelde dat de overeenkomst een huurkoopovereenkomst was, waardoor de zaak naar de sector kanton zou moeten worden verwezen.
De rechtbank onderzocht de definitie van koop en verkoop op afbetaling volgens artikel 7A:1576 lid 1 BW en concludeerde dat de overeenkomst niet aan deze definitie voldoet. De aandelen worden niet aan het einde van de looptijd aan de lessee geleverd, maar verkocht aan een derde, waarbij Dexia met de cliënt afrekent. Dit uitgangspunt werd bevestigd door de brochure, de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden.
De rechtbank wees het verweer van X af en oordeelde dat de overeenkomst niet als huurkoopovereenkomst kan worden gekwalificeerd. De incidentele vordering tot verwijzing naar de sector kanton werd afgewezen en X werd veroordeeld in de kosten van het incident. Tevens werd een comparitie bevolen om nadere inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of partijen tot overeenstemming kunnen komen. Hoger beroep is alleen mogelijk tegelijk met het eindvonnis.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst geen huurkoopovereenkomst is en wijst de incidentele vordering tot verwijzing naar de sector kanton af.