ECLI:NL:RBARN:2004:AP4224
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon bij onjuiste invulling aanvraagformulier autoverzekering
In deze zaak staat centraal of tussen de assurantietussenpersonen en de verzekeraar Aegon een bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen en of Aegon tekort is geschoten in haar verplichtingen. De rechtbank stelt vast dat de tussenpersonen als onafhankelijke assurantietussenpersonen handelden en geen bemiddelingsovereenkomst met Aegon hadden. Hierdoor is er geen wanprestatie van Aegon jegens de tussenpersonen.
De kern van het geschil betreft de onjuiste en onduidelijke invulling van het aanvraagformulier voor een All-Risk autoverzekering door de tussenpersonen, waarbij onduidelijkheid bestond over de aanwezigheid van een startonderbreker. Dit leidde ertoe dat Aegon zich op clausule 1288 beriep en slechts de helft van de schade uitkeerde na diefstal van de auto.
De rechtbank oordeelt dat de tussenpersonen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht door niet duidelijke en ondubbelzinnige informatie te verschaffen, wat toerekenbaar is. De schade die hierdoor is ontstaan, waaronder het verschil tussen de dagwaarde van de auto en het uitgekeerde bedrag, moet door de tussenpersonen worden vergoed. Vergoeding van omzetderving wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband.
Verder wordt geoordeeld dat Aegon niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens de tussenpersonen door hen in rechte te betrekken of door het niet volledig uitkeren van de schade, mede vanwege de beroepsfout van de tussenpersonen. De vordering tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere bewijslevering omtrent cessie van vordering.
Uitkomst: Assurantietussenpersonen zijn aansprakelijk voor beroepsfout en moeten schadevergoeding betalen, Aegon niet tot volledige uitkering gehouden.