ECLI:NL:RBARN:2004:AP6199
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-verwijtbare werkloosheid wegens ernstig verstoorde arbeidsrelatie en onjuiste WW-weigering
Eiser was sinds juni 2001 in dienst bij zijn werkgever en werd in mei 2002 arbeidsongeschikt. De arbo-arts gaf op 23 december 2002 aan dat eiser zijn werkzaamheden vanaf 6 januari 2003 gedeeltelijk kon hervatten. Eiser heeft dit advies opgevolgd, maar na een confrontatie met zijn werkgever meldde hij zich diezelfde dag opnieuw ziek en verliet de werkplek.
De werkgever betwistte de juistheid van eisers informatie over het werkadvies en de medische situatie, en startte een ontbindingsprocedure. Verweerder (UWV) weigerde de WW-uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid wegens onjuiste informatie en het niet hervatten van werkzaamheden.
De rechtbank stelde vast dat eiser de werkgever niet onjuist had geïnformeerd en dat de laatste ziekmelding situatief was veroorzaakt door de verstoorde arbeidsrelatie. De werkgever had nagelaten een second opinion te vragen. De rechtbank oordeelde dat eiser niet verwijtbaar had gehandeld en dat het besluit van verweerder in strijd met de wet was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuw besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De arbeidsrelatie was buiten toedoen van eiser ernstig verstoord, waardoor van hem geen inhoudelijk verweer kon worden verlangd.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd omdat eiser niet verwijtbaar werkloos is geworden.