ECLI:NL:RBARN:2004:AQ6827
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering vorderingen inzake onrechtmatige daad school en schade door ongefundeerde beschuldigingen kleuter
In deze zaak vorderen ouders namens hun kleuter (U) dat de stichting, bestuurder van de school, kopieën verstrekt van verslagen van deskundigenteams, verklaart dat er geen bewijs is voor de beschuldigingen van seksueel misbruik en een brief stuurt aan een nieuwe school met uitleg over de situatie. De vorderingen zijn gebaseerd op de stelling dat de stichting onzorgvuldig heeft gehandeld door op basis van ongefundeerde meldingen U onterecht te bestempelen als kleuter met abnormaal gedrag, wat plaatsing op een andere school bemoeilijkt.
De rechtbank stelt vast dat de stichting heeft gehandeld op advies van deskundigen en in een moeilijke situatie waarin ouders en media geïnformeerd moesten worden. De stichting heeft slechts in algemene bewoordingen gecommuniceerd en er is onvoldoende bewijs dat zij onzorgvuldig is geweest. De vrijgave van verslagen wordt geweigerd vanwege het ontbreken van toestemming van alle betrokkenen. De rechtbank oordeelt dat de primaire vorderingen niet toewijsbaar zijn in kort geding en dat de subsidiaire vordering om uitleg over de verwijdering van U niet nodig is, omdat U door zijn ouders op verzoek van de school thuis is gehouden en inmiddels op een andere school is geplaatst.
De voorzieningenrechter wijst de gevorderde voorzieningen af en veroordeelt de eisers in de kosten van het geding. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid in situaties met gevoelige informatie en dat een kort geding niet geschikt is voor het vaststellen van de feiten omtrent het vermeende gedrag van U.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende aannemelijkheid van onzorgvuldig handelen en weigert vrijgave van vertrouwelijke stukken.