ECLI:NL:RBARN:2004:AQ8681
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Schorsing ontslag ambtenaar na weigering werkhervatting ondanks arbeidsgeschiktheid
Een ambtenaar werkzaam als zwemonderwijzer werd na een onderzoek naar vermeende seksuele handelingen op de werkplek geschorst en uiteindelijk ontslagen wegens weigering zijn werk te hervatten ondanks een arbeidsgeschiktheidsverklaring. De ambtenaar voerde aan dat hij door de wijze van onderzoek en de publiciteit rondom de klacht in diskrediet was gebracht, waardoor hij zijn werk niet kon hervatten.
De voorzieningenrechter overwoog dat het plichtsverzuim bestond uit het niet hervatten van werkzaamheden terwijl de bedrijfsarts geen medische belemmering zag. Echter, de rechter vond dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte in de communicatie over de aard van de klacht en dat de ambtenaar onvoldoende is gerehabiliteerd na het onderzoek. Dit maakte het plichtsverzuim minder verwijtbaar.
Daarom werd het ontslag voorlopig geschorst wegens onevenredigheid tussen het plichtsverzuim en de opgelegde straf. De gemeente Arnhem werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van 11 juni 2004 wordt geschorst wegens onevenredigheid van de straf ten opzichte van het plichtsverzuim.