ECLI:NL:RBARN:2004:AR2811
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opschorting werkzaamheden en onrechtmatig derdenbeslag bij herstelwerkzaamheden buitenplaats
De zaak betreft een geschil tussen Schildersbedrijf De Jongh B.V. en [X] over herstelwerkzaamheden aan een herenhuis en oranjerie op een buitenplaats. De Jongh had haar werkzaamheden opgeschort vanwege onenigheid over de uitvoering en kwaliteit, waarna [X] facturen onbetaald liet. Na een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter Utrecht werd bevestigd dat De Jongh recht had op opschorting.
Partijen bereikten een akkoord over hervatting van werkzaamheden nadat [X] een bedrag van € 64.069,98 op een derdenrekening had gestort. Echter, De Jongh hervatte de werkzaamheden niet, mede omdat [X] kort na betaling conservatoir beslag legde op haar banktegoeden, wat De Jongh als strijdig met de afspraak beschouwde.
De Jongh vorderde opheffing van het beslag en stelde dat [X] niet binnen 21 dagen na beslaglegging een bodemprocedure was gestart. [X] stelde dat het kort geding als bodemprocedure kon gelden. De rechtbank oordeelde dat het kort geding niet geschikt was voor inhoudelijke beoordeling van de schadevergoeding en wees de vordering tot betaling van een voorschot af.
De rechtbank oordeelde dat het beslag onrechtmatig was en dat De Jongh haar opschortingsrecht mocht behouden. De vordering tot hervatting van de werkzaamheden werd afgewezen. De rechtbank bepaalde dat [X] de proceskosten moest dragen en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het conservatoir derdenbeslag op de banktegoeden van De Jongh wordt opgeheven en de vorderingen tot betaling en hervatting van werkzaamheden worden afgewezen.