ECLI:NL:RBARN:2004:AR2986
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontruiming strook grond wegens eigendomsgeschil en verjaring
In deze zaak staat centraal of een strook grond naast de woning van de gedaagde eigendom is van de gemeente of door verjaring aan de gedaagde is verkregen. De gemeente stelt dat de grond eigendom van haar is en dat de gedaagde deze onrechtmatig in gebruik heeft genomen zonder toestemming. De gedaagde betwist het eigendom van de gemeente en beroept zich op verjaring.
De rechtbank stelt vast dat de kadastrale kaart duidelijk aangeeft dat de grond eigendom is van de gemeente en grenst aan de tuin van de gedaagde. Het beroep op verkrijgende verjaring faalt omdat de gedaagde niet te goeder trouw was, gezien de openbare registers. Ook het beroep op extinctieve verjaring wordt verworpen omdat de gedaagde onvoldoende feiten heeft gesteld die duiden op een eigendomspretentie, zoals het ontbreken van een omheining.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente geen misbruik maakt van haar bevoegdheid en dat het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel niet is geschonden, mede omdat de gemeente haar verkoopbeleid heeft aangepast in lijn met het bestemmingsplan. De vordering van de gemeente wordt toegewezen, waarbij de gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de grond en betaling van een dwangsom bij niet-naleving.