ECLI:NL:RBARN:2004:AR3014
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over eigendom strook grond door verkrijgende of extinctieve verjaring
In deze zaak staat centraal of een strook grond van ongeveer 35 m2, gelegen naast de achtertuin van de woning van gedaagde, eigendom is van de gemeente of door gedaagde is verkregen door verjaring.
De gemeente stelt eigenaar te zijn van de grond en vordert ontruiming van de strook omdat gedaagde deze zonder toestemming in gebruik heeft genomen. Gedaagde betwist het eigendom van de gemeente en beroept zich op verkrijgende en extinctieve verjaring. De rechtbank oordeelt dat het beroep op verkrijgende verjaring faalt omdat gedaagde niet te goeder trouw was, gezien de openbare registers.
Ten aanzien van extinctieve verjaring overweegt de rechtbank dat gedaagde moet bewijzen dat zij de grond gedurende twintig jaar ononderbroken en als eigenaar heeft gebruikt, bijvoorbeeld door het aanleggen van een tuin met een ondoordringbare haag en hekwerk. De rechtbank staat toe dat gedaagde dit bewijs levert, onder meer via getuigenverhoor.
Verder wijst de rechtbank het verweer van gedaagde dat de gemeente misbruik maakt van haar bevoegdheid af, evenals het beroep op strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere beslissing. Hoger beroep is alleen mogelijk samen met het eindvonnis.
Uitkomst: De rechtbank staat bewijslevering toe over verkrijging door extinctieve verjaring en houdt verdere beslissing aan.