ECLI:NL:RBARN:2004:AR3041
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring en eigendomsgeschil over strook grond tussen gemeente en bewoner
In deze zaak staat centraal of een strook grond, gelegen naast een woning in een bosgebied binnen de gemeente, door de bewoner via verkrijgende of extinctieve verjaring in eigendom is verkregen. De gemeente stelt dat de grond haar eigendom is en dat de bewoner deze onrechtmatig in gebruik heeft genomen zonder toestemming. De bewoner betwist dit en voert aan dat hij en zijn rechtsvoorgangers de grond al meer dan twintig jaar in bezit hebben gehad.
De rechtbank overweegt dat het beroep op verkrijgende verjaring faalt omdat de bewoner niet te goeder trouw kon zijn gezien de openbare kadastrale registers. Wel wordt hem toegestaan te bewijzen dat hij de grond door middel van extinctieve verjaring heeft verkregen. De rechtbank wijst op de noodzaak van ondubbelzinnige feiten die duiden op eigendomspretentie, zoals het plaatsen van een hekwerk dat de grond afsluit.
De zaak wordt verwezen naar een vervolgprocedure waarin getuigen zullen worden gehoord om het bezit te bewijzen. Hoger beroep is slechts mogelijk gelijktijdig met het eindvonnis. De rechtbank houdt verdere beslissing aan totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op verkrijgende verjaring af en staat de bewoner toe bewijs te leveren van bezit gedurende twintig jaar voor verdere beslissing.