ECLI:NL:RBARN:2004:AR3132
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens vermeende beroepsfout advocaat inzake niet tijdig retourneren toevoeging
In deze civiele procedure vordert eiser vergoeding van advocaatkosten, stellende dat zijn advocaat een beroepsfout heeft gemaakt door de toevoeging niet tijdig aan de Raad voor de Rechtsbijstand te retourneren. De advocaat had eiser bijgestaan in een strafzaak waarin een last tot toevoeging was afgegeven. Eiser werd vrijgesproken, maar zijn verzoek tot vergoeding van advocaatkosten werd door de rechtbank en het hof afgewezen vanwege het niet tijdig retourneren van de toevoeging.
De rechtbank stelt vast dat er in oktober 1999 geen eenduidige gedragslijn bestond omtrent de verplichting tot retourneren van de toevoeging en dat de advocaat niet uit het arrondissement ’s-Gravenhage afkomstig was. Jurisprudentie uit dat arrondissement gaf aan dat de keuze voor een betaalde raadsman kenbaar moest zijn voor derden, maar niet dat de toevoeging per se moest worden geretourneerd.
Hoewel de advocaat het bestaan van de afspraak onvoldoende heeft aangetoond, heeft hij de gevraagde stukken binnen de gestelde termijn overgelegd, wat ten onrechte door het hof werd genegeerd. Eiser heeft zelf aangetoond dat hij vanaf het begin als gekozen raadsman optrad. De rechtbank oordeelt dat de advocaat niet tekortgeschoten is in de nakoming van zijn overeenkomst en wijst de vordering af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van advocaatkosten wegens vermeende beroepsfout wordt afgewezen.