ECLI:NL:RBARN:2004:AR3877
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijkheid CMR-Verdrag bij transportschade computers
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van een geschil over transportschade aan een partij computers die door Van Maris Transport B.V. werden vervoerd van Duitsland naar Nederland. De vervoerovereenkomst valt onder het CMR-Verdrag, dat de aansprakelijkheid van vervoerders regelt.
De vervoerder Van Maris vordert onder meer dat gedaagden niet ontvankelijk zijn in hun schadevordering of dat haar aansprakelijkheid beperkt is tot het bedrag van de CMR-beperking. Axthelm en Medion, niet-contractpartijen, stelden dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is omdat zij geen partij zijn bij de vervoerovereenkomst en dat de Duitse rechter bevoegd is volgens de EEX-verordening.
De rechtbank oordeelt dat het CMR-Verdrag van toepassing is op de vervoerovereenkomst en dat Van Maris zich ook tegenover nauw bij de overeenkomst betrokken derden zoals Axthelm en Medion kan beroepen op de aansprakelijkheidsbeperking van het CMR-Verdrag. De rechtbank verklaart zich bevoegd op grond van artikel 31 lid 1 sub b van Pro het CMR-Verdrag en artikel 71 van Pro de EEX-verordening en wijst de exceptie van onbevoegdheid af. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de exceptie van onbevoegdheid van Axthelm en Medion af.