ECLI:NL:RBARN:2004:AR4029
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.G. Smedema
- A.G. van Doorn
- A.M. van Gorp
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak militair na waarschuwingsschot in Irak wegens ontbreken dienstvoorschrift
Op 27 december 2003 vuurde een sergeant-majoor der mariniers een waarschuwingsschot af tijdens een militaire operatie nabij de Main Supply Route Jackson in Irak. Hij werd vervolgd wegens het niet naleven van dienstvoorschriften en het veroorzaken van de dood of zwaar lichamelijk letsel van een persoon door het afvuren van dit schot.
De verdediging voerde meerdere niet-ontvankelijkheidsverweren aan, onder meer over de aanhouding in strijd met artikel 5 EVRM Pro, schending van de onschuldpresumptie en onzorgvuldige vervolgingsbeslissingen. De militaire kamer verwierp deze verweren en verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk.
De kern van de zaak betrof de vraag of de 'Aide Memoire' en 'SFIR Geweldsinstructie' dienstvoorschriften waren en of het waarschuwingsschot proportioneel en subsidiariteit was toegepast. De rechtbank oordeelde dat deze documenten wel dienstvoorschriften zijn, maar dat het waarschuwingsschot als zelfstandig geweldsmiddel binnen de Rules of Engagement was toegestaan zonder voorafgaande mondelinge waarschuwing. Verdachte handelde zorgvuldig en er was geen grove schuld aan het letsel.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen, omdat het bestanddeel dienstvoorschrift niet bewezen kon worden en het geweldgebruik binnen de toegestane kaders viel. De strafzaak werd daarmee beëindigd met een vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het waarschuwingsschot proportioneel was en de dienstvoorschriften niet bewezen zijn als zodanig.