ECLI:NL:RBARN:2004:AR4376
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. Roerink
- S.W. van Osch-Leysma
- B.M.E.M. Schols
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming erkenning kind wegens ontbreken huwelijkachtige band
De man, gehuwd met een ander dan de moeder, verzocht de rechtbank om vervangende toestemming tot erkenning van een kind dat hij met een andere vrouw heeft verwekt. De rechtbank onderzocht of er tussen de man en de moeder een band bestond die gelijkgesteld kon worden aan een huwelijk, of dat er een nauwe persoonlijke betrekking met het kind was.
Uit het dossier bleek dat de man de moeder in april 1995 kort heeft gekend voordat hij werd gearresteerd en langdurig gedetineerd. De moeder heeft de man enkele keren in detentie bezocht, maar er was geen sprake van samenwonen of het voeren van een gezamenlijke huishouding. De man is in 1999 getrouwd met een andere vrouw met wie hij kinderen heeft. De moeder en deze vrouw kenden elkaar en vormden geen gezin samen met de man.
Hoewel het DNA-onderzoek bevestigde dat de man de biologische vader is, heeft hij het kind nooit gezien en is er geen nauwe persoonlijke betrekking ontstaan. De rechtbank oordeelde dat de relatie tussen de man en de moeder niet op één lijn gesteld kan worden met een huwelijk en dat de wettelijke voorwaarden voor vervangende toestemming tot erkenning niet zijn vervuld. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om vervangende toestemming tot erkenning van het kind wordt afgewezen wegens ontbreken van een huwelijkachtige band en nauwe persoonlijke betrekking.