ECLI:NL:RBARN:2004:AR4378
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wilsbekwaamheid en toestemming voor voortzetting medicatie Risperdal bij psychiatrische patiënt
De rechtbank Arnhem behandelde een verzoek op grond van artikel 41 lid 8 Wet Pro BOPZ inzake een klacht van de curator over het voortzetten van de medicatie Risperdal bij A., een onder curatele gestelde psychiatrische patiënt met schizofrenie. De curator verzette zich tegen de voortzetting van Risperdal vanwege bijwerkingen en het ontbreken van geïnformeerde toestemming.
De psychiater en behandelaars stelden dat A. wilsbekwaam was en instemde met de medicatie, terwijl de curator dit betwistte en stelde dat de medicatie zonder zijn toestemming werd voortgezet, wat neerkwam op dwangbehandeling. De rechtbank analyseerde de wettelijke bepalingen omtrent vertegenwoordiging en wilsbekwaamheid, waarbij de Wet BOPZ centraal stond.
De rechtbank concludeerde dat de wilsbekwaamheid van A. ten aanzien van de medicatie twijfelachtig was vanwege haar geestelijke stoornis, gebrek aan ziekte-inzicht en wisselende opstelling. De psychiater had geen expliciet wilsbekwaamheidsonderzoek verricht. Daarom werd een onafhankelijk deskundigenonderzoek bevolen om vast te stellen of A. medio december 2003 wilsbekwaam was ten aanzien van de medicatie.
De rechtbank stelde partijen in de gelegenheid om zich uit te laten over de benoeming van de deskundige en de onderzoeksvragen. De kosten van het onderzoek komen ten laste van ’s Rijks kas. De procedure werd aangehouden voor verdere beslissing na het deskundigenonderzoek.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een onafhankelijk deskundigenonderzoek naar de wilsbekwaamheid van A. ten aanzien van de voortzetting van Risperdal.