ECLI:NL:RBARN:2004:AR5507
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende bewijs van ondeugdelijkheid vordering
In deze kortgedingprocedure vordert eiser de opheffing van conservatoire beslagen die door gedaagden zijn gelegd op diverse vermogensbestanddelen van eiser, waaronder onroerende zaken en goederen bij galerieën. Eiser stelt dat de beslagen niet tijdig zijn betekend en dat de vorderingen waarop het beslag is gebaseerd ondeugdelijk zijn, mede wegens vermeend bedrog en wanbeleid door gedaagden.
Gedaagden betwisten de woonplaats van eiser en stellen dat zij de juiste procedure voor betekening hebben gevolgd. Tevens leggen zij een vordering van circa €660.000,- ten grondslag aan het beslag, bestaande uit schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging, investeringsvergoeding, schending exclusiviteitsrecht en overwaarde van onroerend goed.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagden de juiste betekening hebben verricht gezien het ontbreken van een formeel woonadres van eiser. Voorts is onvoldoende aannemelijk dat de vorderingen ondeugdelijk zijn. Ook is niet gebleken dat het beslag onnodig of vexatoir is gelegd, noch dat eiser daardoor onevenredig wordt getroffen. De gevorderde opheffing wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.