ECLI:NL:RBARN:2004:AR6334
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van proceskosten op grond van vrijwaringsbeding in vaststellingsovereenkomst
Partijen sloten op 13 maart 2003 een vaststellingsovereenkomst waarbij eiser een bedrag van € 80.325,- van Spirofil te vorderen had, te betalen in termijnen. In deze overeenkomst was bepaald dat lopende projecten, waaronder het project Arkova, voor rekening en risico van eiser zouden zijn afgehandeld (vrijwaringsbeding).
Spirofil werd door Arkova gedagvaard voor de Rechtbank van Koophandel in Brugge en maakte kosten van € 4.657,71 in die procedure. Eiser vorderde betaling van een restantbedrag vermeerderd met rente en incassokosten, terwijl Spirofil stelde dat zij een deel van de laatste termijn mocht inhouden ter verrekening van haar gemaakte kosten.
De rechtbank oordeelde dat Spirofil terecht verweer voerde zolang niet duidelijk was dat Arkova haar vordering had ingetrokken. De kosten mochten daarom op de vordering worden verrekend. De vordering van eiser tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen. In reconventie werd eiser veroordeeld tot betaling van € 1.682,71 aan Spirofil, vermeerderd met rente.
Eiser werd veroordeeld in de kosten van beide procedures en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wees de vordering van eiser af en veroordeelde hem tot betaling van € 1.682,71 aan Spirofil met rente.