ECLI:NL:RBARN:2004:AR8063
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring subsidiepercentage opfokhennen wegens strijd met gelijkheidsbeginsel en IVBPR
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het subsidiepercentage van 50% dat zij ontving voor de opkoop ter destructie van opfokhennen in vervoersbeperkingsgebieden vanwege de vogelgriep in 2003. De subsidie was lager dan het percentage van 80% dat geldt voor vleespluimvee. De rechtbank oordeelt dat de ongelijke behandeling tussen opfokhennen en vleespluimvee niet gerechtvaardigd is, omdat beide gevallen gelijk zijn en het doel van de regeling gelijk is: het subsidiëren van opkoop ter bescherming van dierenwelzijn.
De minister had als rechtvaardiging budgettaire redenen en het vrijwillige karakter van de regeling aangevoerd, maar deze gronden worden door de rechtbank niet als redelijke en objectieve rechtvaardigingsgronden aanvaard. De rechtbank stelt vast dat artikel 4 van Pro de Regeling wegens strijd met artikel 26 van Pro het IVBPR onverbindend is voor zover het een subsidiepercentage van 50% voor opfokhennen bepaalt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt de subsidie vast op 80%, gelijk aan het percentage voor vleespluimvee. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 17 december 2004.
Uitkomst: De subsidie voor opfokhennen wordt vastgesteld op 80% van de waarde, gelijk aan vleespluimvee.