ECLI:NL:RBARN:2004:AR8528
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.L. Drabbe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis; voorwaardelijke machtiging passend
De officier van justitie verzocht de rechtbank Arnhem om een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te verlenen. Betrokkene was met voorwaardelijk ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis De Gelderse Roos te Wolfheze. De rechtbank heeft betrokkene op twee momenten gehoord, evenals diens advocaat en behandelaar.
De rechtbank constateerde dat de gronden voor de eerdere machtiging tot voortgezet verblijf nog steeds aanwezig zijn. Echter, sinds de wetswijziging per 1 januari 2004 is artikel 14a Wet BOPZ ingevoerd, dat voorziet in een voorwaardelijke machtiging in situaties waarin voorheen een voorlopige machtiging of machtiging tot voortgezet verblijf werd verleend.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaf in een Kamerbrief aan dat bij verlenging na voorwaardelijk ontslag een voorwaardelijke machtiging passend is. Hoewel betrokkene de voorwaarden van het voorwaardelijk ontslag niet accepteert, acht de rechtbank voldoende vertrouwen aanwezig dat betrokkene de voorwaarden zou naleven onder een voorwaardelijke machtiging.
Omdat de officier van justitie geen verzoek tot een voorwaardelijke machtiging heeft ingediend, wijst de rechtbank het verzoek tot machtiging tot voortgezet verblijf af. De rechtbank besluit conform de Wet BOPZ en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot voortgezet verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis wordt afgewezen; een voorwaardelijke machtiging had moeten worden verzocht.