ECLI:NL:RBARN:2004:AS3600
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over verrekening Franse omzetbelasting bij overdracht onroerend goed in Frankrijk
In deze zaak staat centraal of de door gedaagde aan de Franse belastingdienst verschuldigde omzetbelasting met betrekking tot de overdracht van kavels 3 en 7 in het onroerend goedcomplex in Frankrijk in mindering kan worden gebracht op de koopsommen. Partijen verschillen van mening over de uitleg van artikel 2.1 van de koopovereenkomst.
De koopovereenkomst, gesloten op 28 november 2003, bevat bepalingen over de betaling van omzetbelasting en overdrachtskosten. Partijen gingen er destijds vanuit dat de verkoper, de vereffenaar, de omzetbelasting zou afdragen. Later bleek echter dat op grond van Franse wetgeving de koper de omzetbelasting verschuldigd is. De rechtbank stelt vast dat partijen niet op de hoogte waren van deze situatie en dat de koopovereenkomst niet expliciet voorzag in deze omstandigheid.
De rechtbank oordeelt dat de koper redelijkerwijs mocht verwachten dat de omzetbelasting die hij zelf moest betalen, in mindering komt op de koopsom. De verkoper mocht niet verwachten dat de koper dit niet zo zou interpreteren, zeker omdat dit niet uitdrukkelijk in de overeenkomst was opgenomen. De rechtbank wijst de vordering van de verkoper af en wijst de vordering van de koper in reconventie toe, waarbij de verkoper wordt veroordeeld tot medewerking aan de overdracht en rectificatie van de koopsommen, met een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de verkoper af en veroordeelt hem tot medewerking aan rectificatie en overdracht met vermindering van de koopsommen wegens omzetbelasting.