ECLI:NL:RBARN:2005:AS2125
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H. Koning
- M. Jurgens
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens doodslag in staat van ontoerekeningsvatbaarheid met oplegging TBS
In juli 2004 heeft verdachte een pater in Berg en Dal meerdere malen met een mes gestoken, wat leidde tot het overlijden van het slachtoffer. De rechtbank acht het bewezen dat verdachte het slachtoffer opzettelijk heeft doodgestoken, maar verwierp het bewijs van voorbedachten rade. Verdachte handelde mogelijk in een opwelling en verkeerde ten tijde van het delict in een paranoïde waan.
Een multidisciplinair rapport van het Pieter Baan Centrum concludeerde dat verdachte ten tijde van het feit lijdende was aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, waardoor het feit hem niet kan worden toegerekend. De rechtbank volgde dit oordeel en sprak verdachte vrij van strafbaarheid, waarna hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging.
Gezien de ernst van het delict, het recidivegevaar en de noodzaak tot behandeling, legde de rechtbank de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met bevel tot verpleging van overheidswege op. De rechtbank benadrukte dat de behandeling snel moet aanvangen, maar gaf geen prioriteit boven andere TBS-gestelden. De inbeslaggenomen voorwerpen blijven onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid en krijgt TBS met verpleging opgelegd.