ECLI:NL:RBARN:2005:AS5726
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake woonplaats bij koopovereenkomst onroerend goed in Frankrijk
In deze civiele procedure staat een bevoegdheidsincident centraal waarin de woonplaats van de gedaagde moet worden vastgesteld. Eiser heeft een koopovereenkomst gesloten met gedaagde over een onroerend goed in Frankrijk, waarbij gedaagde zijn woonplaats in Nederland zou hebben, maar gedaagde stelt dat hij zijn woonplaats naar Frankrijk heeft verplaatst.
De rechtbank overweegt dat op grond van de EEX-Verordening en het Nederlandse recht (artikelen 1:10 en 1:11 BW) moet worden vastgesteld waar de woonplaats van gedaagde is. De feitelijke verblijfplaats is niet doorslaggevend; het gaat om de woonstede en de wil om deze prijs te geven.
De rechtbank constateert dat gedaagde in het verleden woonplaats in Nederland had en dat in de koopovereenkomst zijn Nederlandse adres is vermeld. Gedaagde stelt dat hij sinds vijf jaar bijna permanent in Frankrijk verblijft, maar heeft geen bewijs geleverd van officiële kennisgeving van verhuizing aan de Nederlandse gemeente. Daarom verwijst de rechtbank de zaak naar de rol voor nadere bewijslevering over de woonplaats.
De beslissing wordt aangehouden totdat partijen nadere stukken overleggen. De rechtbank verklaart zich mogelijk bevoegd indien blijkt dat gedaagde nog in Nederland staat ingeschreven en geen officiële verhuizing heeft gemeld.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak voor nadere bewijslevering over de woonplaats van gedaagde.