ECLI:NL:RBARN:2005:AS5742
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. van Driel van Wageningen
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing erfdienstbaarheid van uitweg tussen buren
Eisers zijn eigenaar geworden van een woonhuis met een erfdienstbaarheid van uitweg die in 1920 is gevestigd ten behoeve van de percelen van gedaagden. Eisers betwisten het bestaan van deze erfdienstbaarheid en stellen dat deze door het bouwen van garages en het niet gebruiken is komen te vervallen. Daarnaast wijzen zij op een redelijk alternatief pad en stellen dat gedaagden misbruik maken van hun recht door de uitweg te blijven gebruiken.
De rechtbank stelt vast dat de erfdienstbaarheid van uitweg inderdaad is gevestigd en dat de omschrijving in de akte niet afhankelijk is van het voortbestaan van een bepaald karrenspoor. Het opheffen van een eerdere erfdienstbaarheid in 1953 raakt de huidige niet en er is geen sprake van het tenietgaan van de erfdienstbaarheid door niet-gebruik.
De vordering tot wijziging of opheffing van de erfdienstbaarheid op grond van onvoorziene omstandigheden wordt afgewezen omdat deze op grond van overgangswetgeving is uitgesloten. Het alternatief pad is bovendien onredelijk belastend voor gedaagden. De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en veroordeelt hen in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en bevestigt het recht van gedaagden op gebruik van de erfdienstbaarheid van uitweg.