ECLI:NL:RBARN:2005:AS5800
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldige ontbinding samenwerkingsovereenkomst en afrekening tussen partijen
Partijen sloten op 27 april 2001 een samenwerkingsovereenkomst waarbij gedaagde zijn praktijk ter beschikking stelde aan eiser. De vergoeding was afhankelijk van de gerealiseerde omzet, met voorschotten en verrekening van dubieuze debiteuren.
In 2003 ontstond onenigheid over de berekening van de omzet, met name over de vraag of dubieuze debiteuren en kantoorkosten tot de omzet behoorden. Eiser kondigde aan een vordering van ruim €31.000 te verrekenen met fees vanaf oktober 2003 en inhoudingen te doen wegens risico op kwalificatie als arbeidsovereenkomst door het UWV.
De rechtbank oordeelt dat eiser in redelijkheid niet gerechtigd was tot deze verrekening en inhoudingen, waardoor gedaagde de overeenkomst rechtsgeldig ontbond per 4 november 2003. Partijen zijn vanaf die datum ontheven van hun verplichtingen, inclusief het non-concurrentiebeding.
De rechtbank bepaalt dat partijen moeten afrekenen over de periode tot 4 november 2003, waarbij omzet, voorschotten, faillissementsdossiers, toevoegingen, cursuskosten, kantoorkosten en reiskosten betrokken moeten worden. Partijen krijgen gelegenheid aanvullende stukken in te dienen om tot een definitieve afrekening te komen.
Het vonnis benadrukt dat mediation nog mogelijk is en dat tussentijds hoger beroep pas zinvol is bij benoeming van deskundigen of getuigen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissingen.
Uitkomst: De ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst op 4 november 2003 is rechtsgeldig en partijen moeten afrekenen over de periode tot die datum.