ECLI:NL:RBARN:2005:AS9429
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- H. J.T. Blom
- M.A.F. Cools-Weebers
- Rechtspraak.nl
Executoriaal beslag wegens dwangsommen onterecht na mislukte omgangsregeling
Partijen hadden een affectieve relatie en een gezamenlijk kind. Na beëindiging van de relatie verliet de vrouw met het kind de gezamenlijke woning. Een kort geding-vonnis legde een omgangsregeling op waarbij het kind één dagdeel per 14 dagen bij de man zou verblijven in aanwezigheid van een neutrale derde.
Partijen slaagden er niet in een neutrale derde aan te wijzen, mede doordat de man slechts één voorstel deed en daarna niet meer reageerde. De vrouw stelde dat de man hierdoor de omgang onmogelijk maakte en dat de dwangsommen ten onrechte werden geïnd.
De man legde executoriaal beslag op tegoeden van de vrouw wegens verbeurde dwangsommen. De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende inspanningen had geleverd om een neutrale derde te vinden en dat het aan zichzelf te wijten had dat de omgang niet plaatsvond. Daarom was het beslag onterecht en werd het opgeheven met terugbetaling van geïnde bedragen.
Uitkomst: Het executoriaal beslag wegens dwangsommen wordt opgeheven en de man wordt veroordeeld tot terugbetaling van geïnde bedragen.