ECLI:NL:RBARN:2005:AT2763
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht principaal jegens handelsagenten bij beëindiging agentuurovereenkomst
Eisers, handelsagenten van Hapimag, vorderden in kort geding voorzieningen wegens schending van de zorgplicht door Hapimag, die haar agentuurovereenkomsten wilde beëindigen wegens niet behaalde omzetdoelen. Eisers stelden dat leads en partners oneerlijk werden verdeeld, waardoor zij omzet en provisie misliepen. Hapimag verweerde zich met een beroep op het arbitragebeding en economische omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het arbitragebeding niet rechtsgeldig was omdat het scheidsgerecht van de Nederlands-Zwitserse Kamer van Koophandel niet meer bestond, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd was. De zorgplicht werd beoordeeld aan de hand van artikel 7:430 BW Pro, dat als voorrangsregel gold boven het Zwitserse recht.
Hapimag handelde in strijd met haar zorgplicht door vanaf midden 2004 geen leads meer toe te wijzen, geen marketingbudget te verstrekken en het toestaan dat andere agenten in de partnerbestanden van eisers gingen werven. Hapimag werd veroordeeld tot het verstrekken van een overzicht van leads en provisies, het toewijzen van 1/5 van de leads aan eisers, het beschikbaar stellen van marketingbudgetten en het betalen van een voorschot op buitengerechtelijke kosten. Tevens werden dwangsommen opgelegd bij niet-naleving.
Uitkomst: Hapimag is veroordeeld tot toewijzing van leads, marketingbudgetten en betaling van voorschotkosten wegens schending van haar zorgplicht jegens handelsagenten.