ECLI:NL:RBARN:2005:AT4607
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- W.F. Bijloo
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting café wegens handel in harddrugs
De burgemeester van Nijmegen heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet besloten het café voor de duur van één jaar te sluiten vanwege handel in harddrugs, voornamelijk cocaïne, in en vanuit de inrichting. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat uit geanonimiseerde processen-verbaal en verklaringen van kopers blijkt dat er sprake was van verkoop van harddrugs in en vanuit het café. Hoewel verzoekers stelden dat zij niet verantwoordelijk zijn voor wat buiten het café gebeurt en dat zij geen bewijs van handel konden leveren, was dit onvoldoende om het besluit te betwisten. De sluiting is een reparatoire maatregel gericht op het beheersen van de negatieve effecten van drugsgebruik en -handel.
De voorzieningenrechter nam geen kennis van niet-geanonimiseerde stukken omdat verzoekers geen toestemming gaven. De voorlopige sluiting werd niet disproportioneel geacht en het verzoek tot schorsing werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de sluiting van het café wegens handel in harddrugs wordt afgewezen.