ECLI:NL:RBARN:2005:AT5075
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte milieuverontreiniging door asbestverwijdering in Nijmegen
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk en wederrechtelijk veroorzaken van milieuverontreiniging door het ondeskundig slopen en demonteren van stallen met asbesthoudende materialen in Nijmegen tussen oktober 2002 en mei 2003. Tevens werd hem medeplegen en plegen van bodemverontreiniging en ontdoen van afvalstoffen ten laste gelegd.
De verdediging voerde onder meer aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, aangezien de gemeente Nijmegen en haar ambtenaren niet werden vervolgd. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat verdachte niet als ambtenaar kon worden aangemerkt en dat de verschillen in behandeling gemotiveerd waren.
Feitelijk stelde de rechtbank vast dat verdachte als rentmeester optrad en de inventaris verkocht, maar niet zelf de sloopwerkzaamheden uitvoerde. De medeverdachte voerde de sloop uit, waarbij asbest vrijkwam. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte nauwe en bewuste samenwerking had met de medeverdachte om medeplegen aan te nemen, noch dat verdachte zeggenschap had over de uitvoering.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet als pleger kon worden aangemerkt omdat de gedragingen van de medeverdachte niet aan hem konden worden toegerekend. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld en zeggenschap over de asbestverwijdering.