ECLI:NL:RBARN:2005:AT5876
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op inkeerregeling en veroordeling voor belastingfraude omzet- en inkomstenbelasting
Verdachte werd vervolgd wegens het opzettelijk onjuist en onvolledig doen van aangiften omzet- en inkomstenbelasting over de periode 1998 tot en met 2002. De aangiften betroffen zowel de omzetbelasting van een onderneming als de inkomstenbelasting van verdachte zelf. Verdachte en zijn mededaders maakten gebruik van een softwarepakket waarmee omzetcijfers werden afgetopt, waardoor te weinig belasting werd afgedragen.
Tijdens het onderzoek bracht de FIOD-ECD een bezoek aan de onderneming waar verdachte betrokken was, waarbij informatie werd verkregen over de manipulatie van omzetgegevens. Verdachte en getuigen stelden dat het softwareprogramma niet te kraken was en dat de belastingdienst de fraude niet had kunnen ontdekken zonder inbraak in het systeem. De politierechter oordeelde echter dat de fraude bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen worden bij de belastingdienst en dat het beroep op de inkeerregeling daarom niet toekwam.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder strijd met het gelijkheidsbeginsel en ne bis in idem, maar deze werden verworpen. De politierechter achtte het bewezen dat verdachte gedurende vijf jaar doelbewust onjuiste gegevens had verstrekt, wat leidde tot een onrechtmatige verrijking ten koste van de staat.
De politierechter veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 150 uur en een geldboete van €20.000,-, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Vervangende hechtenis werd vastgesteld voor het geval de werkstraf of boete niet wordt nagekomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 150 uur werkstraf en een geldboete van €20.000,- wegens belastingfraude.