ECLI:NL:RBARN:2005:AT6045
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gemeente wegens onrechtmatig negeren voorkeursrecht en schadevergoeding
De gemeente Duiven stelde dat de erven van betrokkene 1 onrechtmatig hadden gehandeld door het gemeentelijk voorkeursrecht op een perceel grond te negeren en het perceel in 2003 te verkopen aan Dollé, die dit weer overdroeg aan Van Wanrooij. De gemeente vorderde een verklaring voor recht dat de gedaagden onrechtmatig hadden gehandeld en aansprakelijk waren voor de door haar geleden schade.
De rechtbank stelde vast dat het voorkeursrecht was gevestigd in 1997 en nog steeds van kracht was. De erven hadden het perceel verkocht zonder de gemeente eerst de koop te bieden, wat in strijd was met de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVG). Dit handelen werd als onrechtmatig jegens de gemeente aangemerkt omdat het de belangen van de gemeente schaadde.
Echter, de schade die de gemeente kon claimen was beperkt tot de proceskosten van de procedure ex artikel 26 WVG Pro, welke reeds waren toegewezen. Er was geen bewijs dat de gemeente door het negeren van het voorkeursrecht andere schade had geleden, zoals vertraging van haar plannen. Daarom had de gemeente geen belang bij verdere vorderingen tegen de erven, Dollé en Van Wanrooij.
De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van de gedaagden. Hiermee werd bevestigd dat het gemeentelijk voorkeursrecht weliswaar een civielrechtelijk instrument is, maar geen recht op schadevergoeding geeft buiten de procedure tot vernietiging van de koopovereenkomst.
Uitkomst: De vorderingen van de gemeente tot schadevergoeding wegens het negeren van het voorkeursrecht worden afgewezen wegens gebrek aan belang.