ECLI:NL:RBARN:2005:AT7147
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- H.W. Collewijn
- Rechtspraak.nl
Arbeidsgeschil over omzetting arbeidsovereenkomst en beslaglegging vakantiegeld
Partijen sloten op 17 februari 2004 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, ingaande 1 april 2004 en eindigend 31 maart 2005. Gedaagde stelde dat deze overeenkomst was omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd, gesteund op een werkgeversverklaring van 1 april 2004. Beachcomber Europe betwistte dit en stelde dat de verklaring slechts diende voor het verkrijgen van een leaseauto.
Gedaagde legde conservatoir beslag wegens een vordering tot doorbetaling van salaris en een eventuele beëindigingsvergoeding. Beachcomber Europe vorderde opheffing van het beslag, stellende dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd en dat gedaagde sinds 1 april 2005 bij een andere werkgever fulltime in dienst was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat de arbeidsovereenkomst was omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. De verklaringen van betrokkenen en het feit dat gedaagde bij een andere werkgever in dienst was, ondersteunden dit oordeel. Het beslag op salaris en beëindigingsvergoeding werd daarom opgeheven.
Echter, het beslag op het niet uitbetaalde vakantiegeld over de periode 1 april 2004 tot 1 april 2005 werd gehandhaafd, omdat Beachcomber Europe onvoldoende had weersproken dat dit bedrag nog verschuldigd was. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Beslag op salaris en beëindigingsvergoeding wordt opgeheven, beslag op vakantiegeld wordt gehandhaafd.