ECLI:NL:RBARN:2005:AT7188

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
28 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 04/3069
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54a AwbArt. 8:74 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank Arnhem oordeelt over rechtstreeks beroep en behandeling bezwaarschrift inzake vergunning opslagloods en woonunit

De zaak betreft een vergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven voor het oprichten van een opslagloods, veldschuur, kantoor en bedrijfswoning op een perceel. Tegen dit besluit en een daarop volgend besluit tot het plaatsen van een tijdelijke woonunit heeft eiser bezwaar gemaakt en beroep ingesteld.

De rechtbank overweegt dat het bestuursorgaan ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep bij de rechtbank, omdat bepaalde standpunten van eiser, met name over de instandhoudingstermijn, niet eerder in een bezwarenprocedure aan de orde zijn geweest. Hierdoor is een heroverweging door het bestuursorgaan noodzakelijk.

De rechtbank sluit het onderzoek en bepaalt dat het beroepschrift als bezwaarschrift wordt behandeld. Tevens beveelt zij dat de gemeente Duiven het betaalde griffierecht van €136,- aan eiser vergoedt. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het bestuursorgaan heeft ten onrechte ingestemd met rechtstreeks beroep; het beroepschrift wordt als bezwaarschrift behandeld en griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

Rechtbank Arnhem
Sector bestuursrecht
Registratienummer: AWB 04/3069
Uitspraak
ingevolge artikel 8:54a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[eiser],
wonende te [woonplaats], vertegenwoordigd door mr. S.J.R.M. Beusink,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven, verweerder.
1. Overwegingen
Ingevolge artikel 8:54a, eerste lid van de Awb kan de rechtbank totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het bestuursorgaan kennelijk ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep bij de rechtbank.
Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in het onderhavige geval sprake.
Zij overweegt daartoe het volgende.
Bij besluit van 6 april 2004 heeft verweerder [X] te [woonplaats] vergunning verleend voor het oprichten van een opslagloods, een veldschuur, een kantoor en een bedrijfswoning op het perceel kadastraal bekend gemeente [Y], [sectienummer], en plaatselijk bekend [adres].
Tegen het besluit van verweerder van 5 oktober 2004 tot ongegrondverklaring van het tegen dat besluit door eiser gemaakte bezwaar, heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
Bij besluit van 22 juli 2004 heeft verweerder aan [X] voornoemd vergunning onder voorwaarden verleend tot het plaatsen van een tijdelijke woonunit op het perceel, kadastraal bekend gemeente [Z], [sectienummer], en plaatselijk bekend als [adres].
Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 29 september 2004 bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 23 november 2004 heeft verweerder ingestemd met het in het bezwaarschrift gedane verzoek om rechtstreeks beroep bij de rechtbank.
Daarbij heeft verweerder zich, kort gezegd, op het standpunt gesteld dat het thans bestreden besluit in het verlengde ligt van het besluit van 6 april 2004 en dat een bestuurlijke heroverweging inzake het besluit van 22 juli 2004, gelet op de uitvoerige bespreking van de standpunten van partijen tijdens de behandeling in bezwaar van het besluit van 6 april 2004, niet zal leiden tot een verandering van inzicht en standpunt van de zijde van verweerder.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder kennelijk ten onrechte ingestemd met rechtstreeks beroep bij de rechtbank.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het standpunt van eiser met betrekking tot de instandhoudingstermijn niet eerder aan de orde is geweest in een bezwarenprocedure, zodat moet worden geoordeeld dat verweerder zich in redelijkheid niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat ten aanzien van dat argument de standpunten van partijen vast liggen zodat een heroverweging in een bezwarenprocedure niet zinvol zou zijn.
De rechtbank acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 8:54a en 8:74 van de Awb wordt als volgt beslist.
2. Beslissing
De rechtbank
bepaalt dat verweerder het beroepschrift als bezwaarschrift behandelt;
bepaalt voorts dat de gemeente Duiven het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,-- vergoedt.
Aldus gegeven door mr. D.J. Post, rechter, in tegenwoordigheid van R. van Diest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2005.
De griffier, De rechter,
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Verzonden op: