ECLI:NL:RBARN:2005:AU0535
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling executiegeschil over erfdienstbaarheid van overpad en hekplaatsing
Deze zaak betreft een geschil tussen eiser en gedaagden over het gebruik van een erfdienstbaarheid van overpad en de plaatsing van een hek door eiser. Eiser plaatste een hek aan zijn perceel, dat elektronisch geopend en gesloten kon worden, wat gedaagden belemmerde in hun recht van overpad. Gedaagden vorderden verwijdering van het hek en het openhouden daarvan, waarop de voorzieningenrechter en het hof Arnhem uitspraak deden.
Het hof oordeelde dat het hek aan de zijde van het perceel van eiser niet onredelijk was en dat het gebruik van het overpad door gedaagden beperkt moest blijven tot het hoogst noodzakelijke, namelijk voertuigen die hun terreinen niet via de openbare weg konden bereiken. Na plaatsing van het hek aan de andere zijde van het overpad ontstond een executiegeschil over dwangsommen die gedaagden vorderden wegens vermeende overtredingen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet in strijd handelt met het vonnis door het hek gesloten te houden en verbiedt gedaagden executie van de dwangsommen en legt beperkingen op het gebruik van het overpad. Tevens wordt gedaagden bevolen het hek na gebruik te sluiten en worden zij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden verboden executie dwangsommen voort te zetten, het gebruik van het overpad beperkt en het hek moet na gebruik worden gesloten.