ECLI:NL:RBARN:2005:AU0543
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheidsoverweging overeenkomst wegens vermeende verboden prijsbinding en mededingingsrecht
Staffpool B.V. en gedaagde sloten op 5 juni 2002 een overeenkomst waarbij gedaagde gebruik mocht maken van de naam en werkwijzen van Staffpool tegen een maandelijkse vergoeding. Gedaagde stopte met betalen vanaf januari 2003 en wilde de overeenkomst beëindigen. Staffpool vorderde betaling van achterstallige vergoedingen en opzegtermijn.
Gedaagde stelde dat de overeenkomst nietig is wegens verboden prijsbinding en strijd met het Europese mededingingsrecht, met name artikel 81 EG Pro-Verdrag. De rechtbank oordeelde dat de gestelde prijsafspraak niet uit de overeenkomst blijkt en dat de brochure slechts richtlijnen geeft zonder verboden beperking. Ook was onvoldoende onderbouwd dat sprake was van markt- of gebiedsverdeling.
De rechtbank overwoog dat zelfs als sprake zou zijn van verboden prijsafspraken, dit slechts tot partiële nietigheid van de clausule zou leiden, niet van de gehele overeenkomst. Verder werd een bewijsopdracht gegeven aan gedaagde om aan te tonen dat partijen op 27 maart 2003 een onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst waren overeengekomen, in plaats van het naleven van de opzegtermijn.
Andere verweren van gedaagde, zoals strijd met redelijkheid en billijkheid en toepassing van algemene voorwaarden, werden verworpen. De rechtbank wees de vordering tot betaling van de maanden januari tot en met maart 2003 toe, omdat deze niet waren betwist. De zaak werd aangehouden voor bewijslevering over de beëindigingsovereenkomst.
Uitkomst: De rechtbank wijst de betaling van achterstallige termijnen toe en draagt bewijsopdracht op over onmiddellijke beëindigingsovereenkomst.